Achtergrond

 

Bij het huidige bevolkingsonderzoek worden röntgenfoto’s gebruikt om vrouwen tussen de 50 en 75 jaar te screenen op borstkanker. Het is bewezen dat met het bevolkingsonderzoek eerder kan worden ontdekt of iemand borstkanker heeft. Zelfs voordat borstkanker door de vrouw zelf kan worden gevoeld. Bij vroege ontdekking is er een grotere kans dat de behandeling succes heeft. Door het bevolkingsonderzoek overlijden elk jaar ongeveer 700 vrouwen minder aan borstkanker. Echter niet alle gevallen van borstkanker worden ontdekt door het bevolkingsonderzoek: 1 van de 3 gevallen niet. Dat borstkanker niet wordt ontdekt bij het bevolkingsonderzoek, maar later, doordat vrouwen een knobbeltje voelen of doordat ze klachten hebben, komt vaker voor bij vrouwen met zeer dicht (in het Engels ‘dense’) borstweefsel (veel klier- en bindweefsel in de borst, zie afbeelding 1).

 

 

 Weinig dicht borstweefsel                                                                  Zeer dicht borstweefsel

 
Afbeelding 1

Röntgenfoto’s van borsten met een toenemende mate van dicht borstweefsel. De meest linker borst

heeft heel weinig klier- en bindweefsel in de borst en de meest rechter borst heeft heel veel klier- en 

bindweefsel (zeer dicht borstweefsel).

                      

Het dichte borstweefsel kan de aanwezigheid van borstkanker verbergen op een röntgenfoto en hierdoor is het moeilijker te zien of er borstkanker aanwezig is. Een bijkomend punt is dat vrouwen met zeer dicht borstweefsel een iets grotere kans op borstkanker hebben dan vrouwen met weinig dicht borstweefsel. Om deze twee redenen hebben vrouwen met zeer dicht borstweefsel mogelijk meer baat bij onderzoek met een andere beeldtechniek.

De MRI lijkt voor deze groep vrouwen een veelbelovende beeldtechniek te zijn. Uit diverse onderzoeken blijkt namelijk dat de MRI vrijwel geen ‘last’ heeft van het dichte klierweefsel en de tumoren dan ook beter kan detecteren in vergelijking met de röntgenfoto (zie afbeelding 2).

 

We weten echter nog niet hóe goed de MRI borstkanker kan detecteren. Ook is het vooralsnog onduidelijk of de MRI screening (te) veel nadelen met zich meebrengt. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat het MRI onderzoek leidt tot een toename van het aantal onnodige vervolgonderzoeken. Op de MRI is dan een verdachte afwijking te zien die bij vervolgonderzoek geen kanker blijkt te zijn (foutpositief resultaat). Dit leidt tot onnodige ongerustheid en spanning bij de desbetreffende vrouw. Hoe vaak dit zal gebeuren is niet bekend en zal ook worden onderzocht in deze studie.

 

 

 

 

Afbeelding 2

A: Een röntgenfoto van de borsten van een vrouw met zeer dicht borstweefsel. Er is geen

     tumor te zien.

B: Een aanvullend MRI onderzoek van dezelfde vrouw laat in de linker borst (op de foto rechts)

     wel een tumor zien (witte pijl).

 

  

 

Bron: Rubinstein et al. BMC Women's Health, 2006; 6:10