Eerste resultaten DENSE studie

 

 

Wat was het doel van de DENSE studie?

Alle vrouwen in de (screenings-)leeftijd van 50-75 jaar krijgen elke twee jaar een uitnodiging om een röntgenfoto van de borsten te laten maken.

Het doel van de DENSE studie was om te kijken of een MRI onderzoek bij vrouwen met zeer dicht borstweefsel meer borstkanker in een vroeg stadium kan opsporen dan de röntgenfoto. We onderzochten daarbij ook of het MRI onderzoek niet teveel onnodig vervolgonderzoek teweeg bracht. De uitkomsten in deze groep werden vergeleken met de resultaten van het reguliere bevolkingsonderzoek borstkanker.

 

Wat laten de eerste resultaten van de DENSE studie zien?

De eerste resultaten lijken veelbelovend en worden bij de vragen hieronder opgenoemd. Deze resultaten betreffen echter alleen de eerste ronde van de DENSE studie. Na het eerste MRI onderzoek werden de deelnemers nog (maximaal) twee keer uitgenodigd voor een MRI onderzoek, steeds nadat zij weer hadden deelgenomen aan het screeningsonderzoek met de röntgenfoto’s, en hierbij geen afwijkingen op de röntgenfoto’s waren geconstateerd. Dus maximaal 3 rondes in totaal. De resultaten van de tweede ronde worden op dit moment verwerkt en de derde ronde is naar verwachting begin 2020 klaar.

 

Bij hoeveel vrouwen met heel dicht borstweefsel werd borstkanker opgespoord door het MRI onderzoek?

Van iedere 1000 vrouwen met heel dicht borstweefsel werd bij 17 vrouwen borstkanker opgespoord met het aanvullende MRI onderzoek. Dit was nadat de vrouwen in de screening al een röntgenfoto van de borsten hadden laten maken waarop géén afwijkingen gezien waren.

Ter vergelijking: bij screeningsonderzoek met röntgenfoto’s worden bij 1000 vrouwen met heel dicht borstweefsel 7 borstkankers opgespoord.

 

Hoeveel vrouwen met heel dicht borstweefsel werden op basis van het MRI onderzoek verwezen voor verder onderzoek, maar bleken daarna géén borstkanker te hebben (‘vals alarm’)?

Als afwijkingen gezien werden bij MRI onderzoek, werd een vrouw verwezen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. Daar bleek dan regelmatig dat de afwijking toch geen borstkanker was.

Dit was in de DENSE studie bij 80 van de 1000 deelnemende vrouwen het geval. In deze gevallen heeft de vrouw zich mogelijk ongerust gemaakt, terwijl dit, achteraf bezien, niet nodig was.

Ter vergelijking: bij screeningsonderzoek met röntgenfoto’s krijgen 24 op de 1000 vrouwen met heel dicht borstweefsel met ‘vals alarm’ te maken.

 

Hoeveel vrouwen met heel dicht borstweefsel krijgen binnen twee jaar na een screeningsonderzoek met MRI toch borstkanker?

Van iedere 1000 vrouwen met heel dicht borstweefsel bij wie op het MRI onderzoek géén afwijkingen werden gezien, kreeg 1 vrouw toch binnen twee jaar borstkanker.

Ter vergelijking: van 1000 vrouwen met heel dicht borstweefsel die een röntgenfoto kregen, maar géén MRI onderzoek, kregen er 5 borstkanker binnen twee jaar na het screeningsonderzoek.

 

Waren er nadelen van het MRI onderzoek als screeningstest?

Ja, in het algemeen heeft MRI onderzoek als nadeel dat het niet voor iedereen geschikt is (bijv. bij metaal in het lichaam of claustrofobie) en dat een injectie met contrastmiddel nodig is. Daarnaast zijn er nadelen die een rol spelen bij het inzetten van een MRI onderzoek als een screeningstest.

 

1. Regelmatig blijkt een verdachte afwijking op de MRI bij vervolgonderzoek toch geen borstkanker te zijn (‘vals alarm’ of foutpositief resultaat). Omdat MRI zo’n gevoelige techniek is, gebeurt dit vaker bij MRI dan bij een röntgenfoto. Bij de DENSE studie werd bij ongeveer 80 op de 1000 vrouwen in de eerste ronde een verdachte afwijking gezien die later geen borstkanker bleek te zijn. Ongerustheid en vervolgonderzoek zijn dan achteraf bezien onnodig geweest. Vervolgonderzoek wordt meestal als belastend ervaren.

 

2. Het is mogelijk dat bij MRI borstkanker wordt gevonden, maar dat de tumor zo langzaam groeit dat de vrouw er tijdens haar leven geen last van zouden hebben gehad. Er vindt dan behandeling plaats die achteraf misschien niet nodig was geweest. Helaas kan nooit van te voren worden vastgesteld bij wie dit het geval is. Bij het huidige bevolkingsonderzoek met de röntgenfoto’s geldt dit voor ongeveer 1 op de 10 gevonden borstkankers. Met het MRI onderzoek wordt dit aantal mogelijk hoger, dat weten we nu nog niet.

 

3. De MRI screent een iets groter gebied dan de röntgenfoto. Daardoor kunnen ook delen van andere organen gezien worden. Bijvoorbeeld van het hart, de longen of de lever. Hier kunnen ook afwijkingen in gezien worden. Dit kan voor- en nadelen hebben. In de DENSE studie werd bij 7 op de 1000 vrouwen een afwijking buiten de borsten gezien waarbij nader onderzoek nodig was.

 

4. Een MRI is bijna vijf keer zo duur als een röntgenfoto van de borsten. Mogelijk verandert dit in de toekomst als het MRI onderzoek eenvoudiger gemaakt kan worden met behoud van kwaliteit. Dit wordt nog onderzocht.

 

Waar kijkt de DENSE studie nog meer naar?

De eerste resultaten van de DENSE studie zijn veelbelovend, maar er zijn meer gegevens nodig. De komende tijd zullen de resultaten van de DENSE studie in rekenmodellen worden ingevoerd. Met deze modellen kan worden ingeschat of de vroege opsporing van borstkankers met MRI op de lange termijn ook daadwerkelijk zal leiden tot minder sterfte aan borstkanker. En of het leidt tot een betere kwaliteit van leven, doordat er op het moment van ontdekken minder intensief behandeld hoeft te worden.

In de tweede en derde ronde van de DENSE studie zal gekeken worden of de resultaten goed blijven en of er minder vaak ‘vals alarm’ zal zijn dan in de eerste ronde. In de tweede en derde ronde kan namelijk vergeleken worden met de voorgaande ronde(s). Ook zal gekeken worden om de hoeveel jaar het MRI onderzoek het beste uitgevoerd kan worden.

 

Wat is nodig om te komen tot een aanpassing van het huidige bevolkingsonderzoek?

Uiteindelijk zal een zorgvuldige afweging worden gemaakt of de voordelen van een MRI bij vrouwen met heel dicht borstweefsel opwegen tegen de nadelen van het MRI onderzoek. Er zijn nog verschillende vragen die moeten worden beantwoord voordat er een advies kan worden gegeven voor aanpassing van het huidige bevolkingsonderzoek.

 

Wie besluit er over een aanpassing van het huidige bevolkingsonderzoek?

De eerste resultaten van de DENSE studie worden besproken met de staatssecretaris van VWS, die verantwoordelijk is voor de bevolkingsonderzoeken. De staatssecretaris besluit hierna of hij een advies van de Gezondheidsraad* vraagt. De staatssecretaris besluit ook of hij een uitvoeringstoets wil laten verrichten door het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM. Hierbij wordt o.a. onderzocht wat er allemaal nodig is voor de invoering van MRI onderzoek bij vrouwen met heel dicht borstweefsel. En of dat haalbaar en betaalbaar is.

Pas daarna besluit de staatssecretaris of en hoe het MRI onderzoek beschikbaar komt voor vrouwen met heel dicht borstweefsel.

Zolang deze resultaten en het besluit van de staatsecretaris nog niet bekend zijn, blijft het bevolkingsonderzoek onveranderd in zijn huidige vorm bestaan.

 

* De Gezondheidsraad beoordeelt de nut-risico verhouding en kwaliteit van het onderliggende wetenschappelijke bewijs.

 

Wat betekent dit nu voor u, als DENSE deelnemer?

Een aantal van u zal nog uitgenodigd worden voor de derde MRI ronde (let op: dit kan alleen als u weer naar het bevolkingsonderzoek bent geweest) en/of uitgenodigd worden voor het invullen van vragenlijsten. Voor de andere deelneemsters adviseren wij om verdere bevindingen en overheidsbesluiten over het eventueel aanpassen van het bevolkingsonderzoek af te wachten.

In de tussentijd raden wij u aan om gewoon deel te blijven nemen aan het reguliere bevolkingsonderzoek met de röntgenfoto’s, omdat een deel van de borstkankers hier wel op wordt ontdekt. Bij veel vrouwen wordt het borstweefsel ook minder dicht, met het ouder worden. Als u klachten of veranderingen aan uw borst(en) merkt, ga dan naar uw huisarts en wacht niet op (de uitnodiging van) het bevolkingsonderzoek.