Risicofactoren voor borstkanker

 

Wat zijn (andere) risicofactoren voor het krijgen van borstkanker?

De bekendste risicofactoren voor het krijgen van borstkanker zijn:

  • Erfelijkheid
  • Hoge leeftijd
  • Zeer dicht borstweefsel
  • Een kwaadaardige borstaandoening in het verleden
  • Vroege leeftijd van de eerste menstruatie
  • Late leeftijd in de overgang (menopauze)
  • Late leeftijd eerste kind
  • Geen kinderen krijgen
  • Kort of geen borstvoeding geven
  • Overmatig alcoholgebruik (dagelijks meer dan 1 glas gedurende een langere periode)
  • Weinig lichaamsbeweging
  • Zwaarlijvigheid
  • Het slikken van de ‘pil’. Tijdens het gebruik van de pil is het risico licht verhoogd. Het risico neemt weer     af na het stoppen van de pil.
  • Het gebruik van hormoonpreparaten (tegen overgangsklachten)

 

Bovenstaande risicofactoren verhogen de kans op borstkanker. Dit betekent niet dat vrouwen met één of meer van deze risicofactoren altijd borstkanker krijgen. Ook kunnen vrouwen borstkanker krijgen zonder dat er een bekende risicofactor een rol speelt. Meer informatie over (risicofactoren voor) borstkanker is te vinden op de website van KWF kankerbestrijding (http://www.kwfkankerbestrijding.nl/).

 

Wat kan ik doen om geen borstkanker te krijgen?

Helaas is het niet mogelijk om borstkanker te voorkomen. Wel kunt u uw borstkankerrisico verlagen door bijvoorbeeld veel te bewegen en te matigen met alcohol. Als u eventuele veranderingen aan uw borsten opmerkt, ga dan direct naar de huisarts.

 

Vrouwen met zeer dichtborstweefsel hebben een verhoogde kans op borstkanker. Hoe veel groter is deze kans? En wat is de absolute kans op borstkanker voor deze vrouwen?

De mate van risicoverhoging hangt sterk af van de vergelijkingsgroep. Voor borstweefseldichtheid worden vaak 4 klassen gebruikt, zie ook de voorbeeldfoto’s in de deelnemersinformatie en de brochure. De vrouwen in de hoogste categorie (categorie 4) hebben een ongeveer 3-6 keer hoger risico dan de vrouwen in de laagste categorie (categorie 1). De gemiddelde Nederlandse vrouw in de screeningsleeftijd zit in categorie 2. Vergeleken met de gemiddelde vrouw heeft een vrouw in categorie 4 een ongeveer 2 keer hoger risico.


Absolute kansen zijn veel moeilijker precies te bepalen aangezien deze ook afhankelijk zijn van andere omstandigheden. Om een indicatie te geven noemen we hier getallen uit een eerdere Amerikaanse studie (Tice et al. Ann Intern Med 2008). In deze studie is een groep vrouwen van 50-54 jaar, zonder familiegeschiedenis van borstkanker en ook geen geschiedenis van eerdere borstbiopten, gevolgd. In 5 jaar tijd (5-jaars risicokreeg 1,7% van de vrouwen in categorie 4 borstkanker vergeleken met 1,3% in categorie 3, 0,9% in categorie 2 en 0,4% in categorie 1. Dit zijn uiteraard gemiddelde kansen en naarmate er andere risicofactoren in het spel zijn worden deze absolute kansen hoger.